Terug in Nederland !!!!

Op 22 november 1528 is het dreamteam teruggekeerd in ons eigen mooie land!

Zij die naar huis rijden groeten u.

Voldoening !!

Zaterdag waren wij uitgenodigd om bij een van de vier projecten die wij steunen te gaan kijken. Het betrof een basisschool die zich midden in de bush bevond. Na een half uurtje rijden in onze Gallopers over minuscule zandweggetjes arriveerden wij bij de school.

Omdat het zaterdag was, zou er normaal geen school zijn, maar alle kinderen waren aanwezig in mooie blauw witte uniformpjes. Je kunt je afvragen of die kinderen dat eigenlijk wel leuk vonden op hun vrije weekend op school te zitten……

De projectdirecteur uit Nederland en de hoofdonderwijzer legden uit hoe de klassen waren verdeeld en hoe moeilijk het is om de jonge leerlingen gemotiveerd te houden om school af te maken. De hoofdonderwijzer legde uit dat de school eigenlijk geen bestaansrecht heeft zonder sponsoring en de leraren worden ook niet betaald door de Staat.

Van groot belang was dat er een klaslokaal bij zou komen want het voelde soms inderdaad als een kippenhok. Sterker nog, wat eens als kippenhok dienst deed om zelfvoorzienend te zijn voor eten, was omgebouwd tot klaslokaal want de kippen waren doodgegaan aan een virus. Vele kinderen kwamen op school zonder eten en worden feitelijk door ouders, als ze al ouders hebben, aan hun lot overgelaten. Door Engels te leren, is het doel dat de kinderen een baan kunnen krijgen in de toerisme sector want met alleen Gambiaans kom je nergens aan de bak.

De auto’s waren volledig gestript voor de veiling van zondag en wij hadden redelijk wat spullen meegebracht die van waarde zouden zijn voor de school. Nadat wij alle spullen hadden overhandigd en de kinderen op alle auto’s hadden gezet voor de foto, lieten wij de kinderen achter en gingen wij ons voorbereiden op de veiling. Wij hadden de auto’s laten schoonmaken maar door de rit naar de school over de zandweg, zagen ze er weer stoffig uit.

Zondagochtend waren we weer vroeg op om de auto’s klaar te maken voor de veiling. Wij moesten ons om 0900 meldden bij een stadion waar de veiling plaats zou vinden. 16 auto’s stonden klaar en er waren zo’n 100 mensen op af gekomen om te zien of er handel tussen zat of gewoon mee te bieden voor de goede doelen.

Onze schitterende wit glimmende 4×4 auto’s trokken veel bekijks want naast de auto’s hadden wij nog 12 reserve wielen en een stuk of tien jerrycans bij de auto’s. Daarnaast hadden wij nog een aantal waardevolle reserveonderdelen beschikbaar voor de geïnteresseerde kopers.

Om 1100 was het dan zover en alle auto’s werden een voor een naar voren gereden waarna de veilingmeester de kopers aanspoorde om tegen elkaar op te bieden, het was immers voor het goede doel.

Wij begrepen dat voor handelaren de Nederlandse auto’s best gewild waren, omdat ze bewezen hadden 7500 kilometer te hebben gereden in zware omstandigheden en er dus niet gesjoemeld kon zijn met motoren en kilometerstanden ….

Wanneer de prijs over de 100.000 Dalasis ging, wat ongeveer gelijk is aan 2000 euro, steeg een luid gejuich op vanuit de Amsterdam Dakar Challenge groep. Uiteindelijk was het resultaat van de veiling dat er 55.000 euro was opgehaald voor de goede doelen !!

Onze Hyundai Gallopers hadden ongeveer een bedrag van euro 12.000 opgeleverd. Gezien de aanschafprijs was dat een prima resultaat. Natuurlijk, wanneer je de uren berekend die er zijn ingestopt plus de roofracks die zelf in elkaar zijn gezet, zou het wat magertjes kunnen zijn. Daarnaast hadden wij natuurlijk gereedschap, matrasjes en allerlei andere spullen gedoneerd aan de scholen waardoor wij kunnen stellen ongeveer 17.500 euro te hebben opgehaald.

Marc, Menno, Eric, Cees, Jan, Wiebe, Rene en Nils willen de sponsors en ondersteunende vrienden, familie en kennissen hartelijk danken voor het mogelijk maken van deze trip met een speciale verwijzing naar de grote initiator van dit project, Marc Honders.

Een onvergetelijke ervaring voor 8 mannen die elkaar in januari 2017 of later zelfs voor het eerst leerden kennen en in deze waanzinnige 4 weken van alles hebben gedeeld. Ongekende luxe maar ook zo’n ontzettende armoede in de wereld is feitelijk oneerlijk en wij mogen ons gelukkig prijzen in Nederland te zijn geboren en opgegroeid.

Hiermee is een eind gekomen aan deze reis en zullen wij binnenkort terugkeren in de werkelijkheid en overgaan tot de orde van de dag.

Ik hoop dat jullie iets hebben kunnen meekrijgen over onze ervaringen en belevenissen zodat de afstanden niet te groot waren voor de mensen die wij hebben achtergelaten tijdens deze onvergetelijke reis.

Zij die klaar zijn met rijden groeten u.

Samen is heel veel mogelijk

Dakar was gehaald en daarmee de finish van de Amsterdam Dakar Challenge 2017 een feit geworden. Niettemin, het einddoel was de auto’s in Gambia te krijgen voor onze goede doelen. Nog steeds een rit van 300 kilometer. De druk was wel lager en de auto’s gaven nog steeds geen krimp, alsof ze zich helemaal thuis voelde in deze omgeving.

Op de rustdag werd gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de historie van Dakar te onderzoeken en/of te integreren in de lokale levensstijl van de bevolking.

De volgende ochtend zouden wij al om 0600 gaan rijden om Banjul te halen. De organisatie had echter doorgekregen dat de wegen die de vorige editie nog vol enorme potholes zaten inmiddels waren gerepareerd wat ten goede zou komen aan de snelheid. Aldus werd de vertrektijd verzet naar een herentijd voor ons, 0800 !!! Er was dus zelfs ruimte voor ontbijt, wat een luxe was in plaats van water en sultana’s.

In de vroege ochtend werden de motorkappen van onze bolides volgens routine geopend, hier en daar een litertje water in de radiateur gegoten, het oliepeil gecheckt en niet geheel onbelangrijk de bandenspanning werd teruggebracht van 1 bar naar 2.5 bar omdat wij vandaag niet over het strand zouden racen.

In eerste instantie zouden wij weer in konvooi rijden maar er werd besloten dat men zelf kon bepalen hoe te rijden en dat was voor ons team niet aan dovemansoren besteed. Later zou blijken dat het wel degelijk de bedoeling was samen bij de grens aan te komen maar daarover later meer.

Onze digitale wizard Rene zat al druk op maps.me te puzzelen en samen met een ouderwetse landkaart van Senegal/Gambia werd gekeken naar de mogelijkheden. Er was namelijk een shortcut (wat in deze landen wel eens volledig anders kan uitpakken hebben wij ervaren ..) en dit zou een buitenkansje moeten zijn op de laatste lange rit.

Aldus vertrokken wij als laatste uit het kampement en gingen wij eerst een uitweg zoeken in de buitenwijken van Dakar. Druk verkeer van auto’s, ezels , paard en wagen, overstekend publiek en soms drie rijen dik door de stoffige straatjes maakten de start lastig en traag maar inmiddels was dit team wel iets gewend.

Langzaam begon er ruimte te ontstaan wat duidelijk maakte dat wij de stad achter ons gingen laten. De keuze was gemaakt volledig binnendoor te rijden richting de grens maar er zou ook een tolweg zijn. Nils vond dat wel iets een koerste richting de tolweg want dat moest gezien worden. Inderdaad doemde na enige tijd (lees na 30 verschrikkelijke vluchtheuvels te hebben genomen) een snelweg op die er wel heel erg Frans uitzag. Eenmaal op deze weg bleek het inderdaad een exacte kopie van het Franse model te zijn, echter zonder verkeer. De werkende bevolking werkt in de stad waar ze leven en woon werkverkeer bestaat nog niet of het is simpelweg te duur voor de bevolking om op een tolweg te rijden. Dus voorlopig is het een ideale manier van reizen voor de rijkere bevolking of buitenlanders die trips maken en snel ergens willen komen. Echter, de weg was maar 50/60 kilometer lang en toen werden wij terug geleid naar de ‘ normale ‘ weg.

De koffie van Cees was helaas op, maar een koffiemomentje was toch wel belangrijk. Rene had een korte kustroute gevonden waar wij vast een een schitterend plekje aan de zee konden vinden. Democratisch overleg vond plaats en even verderop doken wij naar rechts richting de zee. Na 10 kilometer ploeteren door het drukke verkeer, het gebied was nogal toeristisch, zagen wij de zee maar misten wij ook 2 auto’s. Geen paniek meer natuurlijk maar wel onderzoekend waar de anderen gebleven konden zijn. Die bleken de gehele afslag in het begin te hebben gemist en stonden in druk stadsverkeer te wachten op ons. Geen koffie en een half uur vertraging maar we hadden toch alle tijd?

Wij wisten dat de organisatie de hoofdweg zou blijven volgen en zoals wij vaker hadden meegemaakt komen wij altijd wel ergens een mede Challenger tegen. Dat klopte ook nu weer, alleen stond deze deelnemer met een politiemotor aan zijn zijde en had wat moeite het rijbewijs terug te krijgen/kopen …

De hoofdweg vonden wij echt te saai en het was tijd een ander pad te volgen. Wij doken vlak voor een stadje naar rechts een B weg in en dat zou ons 50 kilometer schelen. Er moest wel een riviertje worden overbrugd maar een Ferry tekentje op de kaart gaf goede hoop en wellicht was de rivierbedding wel droog …

Prachtige landschappen met boabab bomen die als reuzen opvielen in hun eigen habitat, zoutvlaktes en veel, heel veel water om ons heen. De weg was van asfalt, vers gelegd, dus wij waren overtuigd van het feit dat het een doorgaande weg moest zijn. 30 kilometer verder hield de weg op bij een brede rivier. Een paar fruitstalletjes, viskraampjes waren aanwezig maar ook een stuk of 5 auto’s voor ons die geparkeerd stonden alsof zij stonden te wachten. Een klein stipje in de rivier bevestigden onze vermoedens, er was een Ferry. In het Roadbook was wel gewaarschuwd voor ondermaatse kwaliteit ferry’s maar met zo veel ervaring in het team op scheepvaartgebied en/ of risicoanalyse maakten wij ons niet druk. Wij hadden geluk want de Ferry bleek ook nog eens naar ons toe te bewegen. Het stipje groeide echter niet hard en naarmate het bootje dichter bij kwam bleek het ook een echt kleine Ferry te zijn. Een snelle analyse gaf ons vertrouwen dat wij allemaal op de overtocht mee konden want anders zouden wij waarschijnlijk minimaal een uur vertraging oplopen.

Eenmaal aangekomen kwamen er zelfs 2 kleine vrachtwagens van de ferry af en toen was het onze beurt. Langzaam schoven de auto’s de pont op en stapten wij uit om het koddige scheepje goed te bekijken. Duidelijk zeer gedateerd maar ze kwam van de overkant dus het zou moeten lukken. Wel opvallend was dat de lokale bevolking direct naar de zwemvesten grepen die overal op het schip hingen en ook echt aantrokken…

Vol bravoure vertrokken wij en zoals verwacht verliep de overtocht uitstekend. Trots waren wij dat de door ons zelf uitgestippelde route dit keer wel resultaat zou brengen. Snel trokken wij door richting de Gambiaanse grens, maar niet zonder de laatste piste op deze geweldige reis te nemen. Een grind/gravel pad van een kilometer of 20 kon met name Wiebe niet blijer maken. Echter, scherpte op de weg bleef een vereiste want het gevaar loert overal. De grindweg passeerde namelijk nogal wat waterstroompjes die nu volledig drooggevallen waren, maar dat betekende wel een duik van een meter. Met 70/80 kilometer per uur over gravel scheuren is leuk maar dan moet je zo’n gat niet missen. Rene en Nils reden voor dus moesten regelmatig vol in de ankers voor het gevaar en dan blijk je toch harder te gaan dan je dacht… Cees en Erik lukte het wel om een kuil te missen, althans op tijd te verminderen, en dus kwamen er 4 wielen los en dachten we even terug aan de dansende paardjes. Gelukkig geen autoschade, alleen het roofrack had wederom een andere vorm aangenomen…

Teruggekomen op de hoofdweg passeerde wij vele kleine dorpjes en iedereen wuifde vriendelijk naar ons, een teken dat wij werden herkend te rijden voor een goed doel.

Daar was dan de grens van Senegal en Gambia. Wij maakten ons klaar voor uren wachten in de bloedhitte en het enige positieve zou zijn dat wij allemaal samen waren. De andere challengers waren er inmiddels ook al dus onze shortcut viel uiteindelijk wel mee, maar wij hadden dan wel weer een unieke route gereden.

De paspoorten moesten zoals gebruikelijk worden ingeleverd bij iemand van de organisatie en tot onze stomme verbazing hadden wij ze binnen 10 minuten terug!! Hulde voor de organisatie.

Zoals wij eerder hadden meegemaakt was het een drukte van belang bij de grensovergang. Bundels met geld werden door tientallen verkopers rondgezwaaid omdat de geldkoers op de zwarte markt toch wel de beste zou zijn, vele blikjes frisdrank en koude waterflessen werden aangeboden, en heel veel vers fruit. En natuurlijk vele kinderen die ons van harte welkom heetten in hun land en graag een cadeau wilden hebben.

Vanwege de soepelheid bij zowel de Senegalese als de Gambiaanse douane verlieten wij de grensposten snel en spoedden wij ons naar de voor ons tweede Ferry overtocht. Gambia wordt namelijk gesplitst door de rivier de Gambia, die bij de monding zeer breed is. Dit keer was het een serieuze Ferry waar wij als Challengers als groep in een keer op konden. Talloze mensen kwamen aan boord gewandeld en zelfs toen de bemanning aangaf klaar te zijn, terwijl er ook nog 2 bewapende militairen bij de laadklep stonden, bleven mensen aan komen sjokken/rennen om toch me te kunnen. Blijkbaar was de kapitein er klaar mee en het schip vertrok. Een hoop kabaal ontstond bij het voorschip want er bleek een kleurig sloepje zoals eerder beschreven voor de pont te drijven en door het motorvermogen van de pont sloeg het bootje bijna om. Snel werd het scheepje aan de kant getrokken en kon de overtocht beginnen, maar natuurlijk niet voordat er nog eens 20 mensen aan boord konden komen vanwege het incident .

Vlot reden wij van de Ferry en onder politiebegeleiding werden wij door Banjul geleid. De agent op de politiemotor had blijkbaar ervaring met een konvooi van maximaal 3 auto’s want hoewel zijn signalen en tekens leidden tot een bowlingbal effect, kwamen na 4 auto’s de andere auto’s ook weer in beweging en werd de groep van 18 auto’s gesplitst. Na veel horten en stoten kwam de gehele groep aan op eindbestemming.

Daar was een ontvangstcomité aanwezig met dans en muziek, inclusief de mensen van de verschillende projecten die wij steunen.

Na ruim 8500 kilometer te hebben gereden met onze auto’, lief en leed te hebben gedeeld, gevaarlijke situaties te hebben overleefd hebben wij ons doel behaald. Samen is het team gegroeid tot een geoliede machine waar heel veel mee bereikt is en kan worden. Trots ben ik om hier van deel uit te maken.

De auto’s worden schoongemaakt voor de veiling van zondag maar eerst brengen wij nog een bezoek aan een school die wij steunen als goed doel.

Zij die nog een klein stukje gaan rijden groeten u.

Le Fin !!

Vandaag de Koninginnenrit naar Lac Rose, Dakar.

Na een soort van houten hoofd na het vieren van het behalen van Senegal, zouden wij om 0900 op pad gaan. Vandaag hadden wij Arthur bij ons van de organisatie die wij ook in Nederland waren tegengekomen en hij beloofde een mooie route te hebben en daar bleek niets van gelogen te zijn.

De gehele stoet stond klaar voor de laatste klus naar de finish. Wij verlieten het kampement en reden een prachtig zandweggetje in omringd door groene bomen. De organisatie had de laatste officiële Parijs Dakar route ingepland. Denkbeeldig reden wij met 200 kilometer per uur door kleine gehuchtjes. Wij konden echter zwaaien naar de mensen met 30/40 km/u terwijl de echte mannen daar natuurlijk geen moment de tijd voor gehad hadden. Veel auto’s verloren veel ballast in dit soort dorpjes omdat allerlei attributen vrij makkelijk weg te geven waren.

Langzaam kronkelde het lichte zandpad richting de zee want er zou ongeveer 150 kilometer over het strand worden gerost met de auto’s. Bij de zee aangekomen werd de stoet auto’s stil gezet want de de normale routine is: 4×4 stand en de bandenspanning terug naar 1 bar, een wereld van verschil om goed over slecht terrein te rijden. Er moest 250 meter mul zand worden overbrugd alvorens de auto’s op de vloedlijn terecht kwamen, inclusief klein richeltje wat was ontstaan door de getijdewisselingen van de Atlantische Oceaan.

Slechts een van de auto’s raakte vast in het mulle zand vanwege te weinig vaart dat snel werd verholpen door alle deelnemende teams. 3 Autos vielen bijna om omdat de ze zich verkeken op de steilheid van het richeltje waardoor het vlak voor de finish alsnog bijna einde reis was geweest. Eenmaal op het strand werd het feest. Van 30 km/u langzaam opbouwend naar zeker 80 kilometer per uur scheurden wij langs de waterlijn die zich nog aan het terugtrekken was. De oceaan leek nog mooier en iedereen weet dat water trekt en dat gaf soms schitterende beelden van waterwaaiers in de fel brandende zon. Er moest nog wel worden opgepast op verraderlijke heuvels waardoor de auto gelanceerd zou kunnen worden en aan de andere kant het rechtervoorwiel moest niet plotseling te veel water pakken want dat zou tevens voor een koprol kunnen zorgen.

Gedurende de strandrit passeerden wij een aantal dorpjes waar de snelheid teruggebracht werd om te kijken wat daar allemaal gebeurde. Tientallen schitterend gekleurde bootjes lagen op de wal, zojuist teruggekomen van de nachtelijke visvangst of dreven in de branding wachtend tot zij de kant op konden. Zo’n bootje kun je het best vergelijken met een grote sloep en model kano van een metertje of 12. Met 20 man werd het scheepje op 2 wieltjes gereden en met vereende krachten werd het schip de kant op geduwd, getrokken, gereden. Verschillende keren moesten wij wachten omdat het strand geblokkeerd was door de bootje en behulpzaam als wij zijn, sleurden wij driftig mee aan de scheepjes om ze uit de weg te krijgen op het droge. Grote hilariteit om een paar blanke oudere jongeren te zien spartelen met zo’n loeizwaar apparaat.

In een van de dorpjes ging het team op jacht naar de lunch die feitelijk voor de neus lag. Met een goede neus voor zaken werden een aantal kreeften en langoustines op de kop getikt in ruil voor een paar polo’s. Voor de plaatselijke bevolking was dit dagelijks werk en dus inkomen. Bij het zien van ‘goodies’ bleef het ook gewoon rustig in plaats van dat alle vissers en helpers van vissers zich richten op de auto’s en de inhoud.

Nadat wij afscheid hadden genomen van een aantal dorpelingen gingen wij voort. Op het strand kwamen wij mensen tegen die duidelijk ergens heen wandelden maar kilometers moesten afleggen. De heren Broeksma reden voorop en waren niet te beroerd om een aantal verstekelingen op de achterbumper te posteren zodat de beste kerels veel vroeger op bestemming kwamen. Wel was het oppassen voor de andere bestuurders er achter want mocht een bult worden gemist dan zouden mannen worden gelanceerd en kans op een aanrijding ontstaan.

Een half uur later begon de buit te branden in het zakje net als destijds de vers gebraden kippetjes. En moest er een plek worden gezocht voor de lunch…. met geen dorp en dus geen mens in zicht werden de auto’s in het zand geparkeerd met voor ons de Atlantische Oceaan met overigens prachtig helder water en achter ons mul wit zand met een bomen er achter, wat een fantastische ervaring!!

Het zal een gemis zijn de kookkunsten van Cees bij terugkomst niet meer zo vaak te mogen aanschouwen want met zoveel liefde bereid hij eten, dat het een genot is om te zien. Met zo weinig middelen, zo veel rijkdom op een bord te krijgen is gewoonweg fantastisch.

De langoustines en kreeften waren dan ook in een mum van tijd verdwenen in de magen van het team en er werd even gechilled op het strand.

Natuurlijk moest de Atlantische Oceaan worden bedwongen want met een dikke 35 graden was een frisse duik in de zee een must. Toch zat daar nog iets heel gevaarlijks in wat wij ons later pas beseften. Ronddobberend in het heerlijke water zag Rene iets voorbij drijven wat leek op een plastic zak. Scherp en onderzoekend als Rene is keek hij verder en ontwaarde iets van een blauwe gloed. Het was helemaal geen plastic maar een voor ons gelukkig eenzaam klein Portugees Slagschip. Voor de mensen die niet weten wat dat is adviseer ik even te googelen en dan te beseffen aan wat voor ramp wij waren ontsnapt indien er een school volwassen Portugese Slagschepen voorbij was gedreven. Er ontstond geen paniek en later werd iedereen op de hoogte gesteld van het gevaar…

Vanwege de opkomende vloed moesten wij toch weer vaart maken want het strand zou weer zeer klein gaan worden en zout en auto’s is geen goede combinatie.

Tijdens het laatste stuk op het zand zie je dan toch nog de keerzijde van een arm land. Wij naderden een muur van afval met 2 pijpleidingen de zee in waar op dat moment niet zo gek veel uitkwam maar het zand was anders van structuur en over een lengte van 100 meter lagen honderden dode vissen. Er bleken pure fosfaten te worden gedumpt.

Vlak voor Dakar moesten wij dan het mooie strand gaan verlaten. Wij moesten wederom een lengte van 300-400 meter mul zand overbruggen voordat wij het kampement bij de finish Lac Rose zouden bereiken. Onze bolides hadden zich inmiddels dermate bewezen dat met speels gemak het mulle zand werd bedwongen en zomaar uit het niets was daar de Finish van de Dakar Challenge.

Duizenden kilometers door verschillende landen, de meest uiteenlopende landschappen, een variété van beesten, waren wij gewoon in Dakar aangekomen. Een emotioneel moment want het was gewoon gelukt terwijl wij reeds in Spanje serieuze problemen hadden gekend. Teamfoto’s werden geschoten en natuurlijk werd geproost op de goede afloop.

Er is ruimte voor een rustdag in Dakar. Echter daarna moeten wij het uiteindelijke reisdoel nog bereiken, Banjul in Gambia alwaar de auto’s moeten worden geprepareerd voor de veiling. Het zal nog emotioneel worden om afscheid te nemen van onze mooie sterke dames ….

Met Rene proberen wij zsm een compilatie te maken van beeldmateriaal zodat naast de tekst ook weer visueel in beeld kan worden gebracht wat wij hebben meegemaakt. In Senegal is de communicatie weer stukken beter dus hopelijk krijgen wij de mooiste en interessantste beelden op de site. Hierbij een korte teaser

Zij die niet gaan rijden groeten u.

Dag en Nacht

Voor dag en dauw moest het team wederom de auto/tent uit om de volgende belangrijke etappe te gaan volbrengen. Tijdens de briefing de avond ervoor bleek al dat het een zeer moeilijke etappe zou worden vanwege het slechte wegdek en natuurlijk de grensovergang van Mauritanië naar Senegal. Om 0600 werden de motoren gestart en in het pikkedonker vormden een slurf van auto’s een mooie lichtslang in de Afrikaanse nacht.

Voorop de lokale politieagenten met hun kalasjnikovs want onze militaire escorte had de avond ervoor afscheid genomen. Er was afgesproken niet te stoppen voor rode stoplichten als konvooi en te blijven rijden. In plaats van de hoofdroute door Nouakchott te nemen, besloot de politie dat dat veel te onveilig was omdat de groep simpelweg te groot was en opgesplitst zou kunnen worden in het druk wordende stadsverkeer. Aldus werd het konvooi omgeleid via de kust route en wij gingen via de westelijke ringweg …. in zuidelijke richting naar Diama, de grensplaats, waar wij Senegal zouden binnen komen. Nadat wij de vrij bedrijvige haven van Nouakchott zo op dat vroege uur hadden gepasseerd zetten wij koers naar Senegal.

Nu werd nogmaals duidelijk dat wij in een zeer arm land rondreden. Het asfalt zat vol met gapende gaten waardoor het konvooi constant moest afremmen en zwaar slingerend probeerde iedereen zijn weg te zoeken. Wij moesten onze voorganger in de gaten houden, zeer scherp op de weg letten en natuurlijk had je ook tegenliggers.

Van pothole naar pothole moest worden gelaveerd en wanneer dat 200 kilometer zou duren, dan werd het weer een ouderwetse lange dag. Eerlijk is eerlijk op sommige plekken zag je al contouren van een nieuwe weg die in Marokko begint en uiteindelijk Gambia en het Noorden moet verbinden.

Wel was het opvallend dat hoe meer weer wij naar het zuiden van Mauritanië kwamen er meer hutjes te zien waren en dat het land iets groener werd. Met name in de zeer kleine gehuchtjes was het landschap zeer kleurrijk. Dat zou een mooi gezicht moeten zijn, ware het niet dat al het afval, waaronder heel veel plastic flessen van allerlei kleuren, dit kleurrijke landschap maakten. Het was duidelijk dat de bevolking hele andere prioriteiten had dan het scheiden van afval en het schoonhouden van hun wereld.

Op een gegeven moment splitste de weg in tweeën en wij gingen richting kust omdat de ‘ normale ‘ grensovergang (hadden wij in Afrika nog niet meegemaakt) te onveilig was en te lang oponthoud zou geven. Via een soort van smokkelroute zouden wij vlak bij de eerst grotere plaats van Senegal St. Louis de grens over moeten na het passeren van de gelijknamige rivier de Senegal.

De smokkelroute weg was prachtig en monsterlijk tegelijk. Niet voor niets is het gezegde ontstaan: De laatste loodjes ….. Geen asfalt meer in ieder geval en de weg was gelegd op een soort van dijkje met een spoor ernaast wat ongeveer 2 meter lager lag. Afwisselend van naar boven sturend en naar beneden duikelend probeerde wij met zo min mogelijk schade de weg af te leggen. Zandribben zo hard als steen op de weg zorgden ervoor dat alle moeren en bouten werden getest en het menselijk lichaam werd ook op de proef gesteld hetgeen af en toe absoluut geen pretje was.

Niettemin, links naast ons liep de rivier de Senegal, die wel vol wat bleek te staan, maar door zeer hoog riet was er geen zicht te krijgen op het water. Rechts van het dijkje lagen echter rijstvelden, er liepen koeien, ezels, wilde zwijnen en natuurlijk een verdwaalde kameel. Bij een korte stop langs een meertje (verder geen risico op malariamuggen…) zagen wij zelfs roze flamingo’s badderen en rondfladderen. Dit natuurgebied zag er prachtig uit en was mede tot stand gekomen met (financiële) hulp van de Duitsers die hoogstwaarschijnlijk alles hebben betaald om dit tot stand te brengen en te houden. Iedereen was het er wel over eens dat mocht een fikse regenbui dit gebied teisteren dat de weg zo goed als afgeschreven kan worden want onderhoud wordt er voor zover wij kunnen zien niet gepleegd.

De stemming nam zienderogen toe met zoveel natuurschoon om ons heen, echter scherpte op de weg bleef vereist want ieder stuurfoutje zou genadeloos kunnen worden afgestraft.

Ineens was daar dan de poort van de grens. Een minuscuul grenspostje zoals wij kennen van de B routes tussen België en Nederland. Maar wel militairen en allerlei andere ‘ assistenten ‘ waren aanwezig voor de nodige plichtplegingen. Ter illustratie, het kost ongeveer 50 euro per auto met 2 inzittenden om het land uit te komen en dat duurt ongeveer een uurtje als het meezit. In de tussentijd lopen er een verkoper of 10/15 tussen de auto’s rond die constant vragen of je geld wil wisselen (euro’s voor Mauritaans geld terwijl wij het land uitgaan?!) , blikjes drinken wil kopen of sjaaltjes, kraaltjes en shirtjes wil aanschaffen voor een ‘ very good price ‘ .

Onze gids Sibi deed zijn werk uitstekend en loodste alle auto’s binnen een uur door de douane, geld doet wonderen, en wij mochten het land verlaten. De grensovergang was een brug over de rivier de Senegal, die blijkbaar ook door Nederland is gefinancierd. Aan de andere kant stonden mensen van de Amsterdam Dakar challenge klaar om ons daar op te vangen. Nadat wij Sibi hartelijk hadden bedankt voor zijn uitstekende zorg voor de groep in Mauritanië moesten wij alleen de horde van de douane in Senegal nog nemen.

Ook hier werden wij gevraagd de auto’s te parkeren en de nodige douane formaliteiten te verrichten. In vergelijking met de kinderen in Mauritanië die redelijk bedeesd en schichtig overkwamen, was dat duidelijk anders in Senegal. De mensen maakten vanaf minuut 1 een meer Westerse indruk maar dat betekent dus ook brutaler. Of de aanwezigheid van militairen en gidsen nut hadden gehad bleek nu zeker want tientallen kinderen cirkelden om de auto’s heen. Natuurlijk hebben veel deelnemers aan de challenge ‘ goodies ‘ bij zich voor de arme mensen. Echter, wanneer op deze plek iets werd gepoogd uit te delen stortten de kinderen zich als hongerige wolven op de uit te delen spullen. Wanneer wij de auto’s een minuut alleen zouden laten waren wij overtuigd dat de auto’s volledig gestript zouden zijn.

Dus richtten wij onze pijlen op de Senegalese douaniers en de Dakar Challenge om zo snel mogelijk verder te kunnen naar onze dagbestemming. In de snikhete auto’s werd afgewacht totdat de seinen op groen stonden, constant te worden bevraagd door kinderen, maar inmiddels ook jong volwassenen, voor een cadeau of iets.

Gelukkig duurde beide formaliteiten in zijn totaliteit niet heel lang in vergelijking tot de vorige grenspassages en konden wij vlot Senegal in. Dag en nacht verschil in

20 kilometer !! Asfalt met belijning vonden wij al bijzonder, maar ook de groenere omgeving gaf aan dat de mensen hier meer welvaart kenden en bezig zijn met hun omgeving.

Wel hadden wij nog te maken met controle posten maar door een politie-escorte werden deze posten ontweken. De binnenstad van St Louis werd gemeden (waarschijnlijk omdat wij met oude diesels rijden en de milieuzone laat dat niet toe …) en het is dat wij mensen in de Challenge hebben rijden die dit al eerder hebben gedaan want de escorte had geen idee waar wij heen moesten worden gebracht klaarblijkelijk.

Uiteindelijk kwamen wij in het kampement aan waar wij eindelijk weer konden genieten van een ouderwetse koude pils. De omstandigheden verschilden enorm met wat wij hadden beleefd in Mauritanië.

De laatste etappe van de Challenge komt er aan. Lac Rosé, de officiële finishplaats van de oude Parijs Dakar race zullen wij als alles goed gaat, inclusief strandetappe, gaan bereiken!

Zij die gaan rijden groeten u.

De dansende paardjes

In de nacht op onze 5 sterren camping bleef het lang onrustig. Marc kwam zwaar bebloed terug van een plaspauze en alle internetdoctoren hadden een mening klaar over de juiste behandelmethode. Uiteindelijk werd besloten geen hulp in te roepen van een helicopter via de satelliettelefoon, maar de wond te behandelen met wat jodium en een pleister…

In de vroege ochtend deden wij een wektest of Marc goed was hersteld maar gelukkig bleek alles in orde.

De vraag was wel wat er hedenochtend ging gebeuren want er was gesproken over strand racen maar dat hing van het tij af. Wiebe merkte natuurlijk terecht op dat het tij hartstikke vast staat in tabellen dus overleg over het tij sloeg nergens op. De hoofdgids was echter ook nog niet terug van de grens om de achterblijvers op te halen en daar moesten wij op wachten. Van de nood werd een deugd gemaakt want dat gaf ons de gelegenheid de Atlantische Oceaan in te springen bij afwezigheid van een douche.

De ervaringen in de Sahara waren het wachten meer dan waard dus rustig keken wij of onze eigen gids al iets van aanstalten maakte om te gaan bewegen. Uiteindelijk kwam er beweging in de groep en de auto’s werden gestart zodat er een orkest van brullende motoren te horen was, zo mooi !!

Via het mulle zand van de duinen kwamen wij op het strand terecht. Een fantastisch gezicht van 18 auto’s die over het strand raasden en af en toe, lees regelmatig , de oceaan aanraakte waardoor er een waaier van oceaanwater over de auto’s kwam. Vanwege de temperatuur was het water zo verdwenen maar het zout bleef op de ruiten zitten wat van invloed was op het vrije zicht van de rijders. Wederom een fantastische ervaring om met deze bolides en het team mee te maken want waar kun je nu kilometers rijden aan de zee, laat staan oceaan? Ongetwijfeld op meerdere plekken maar in zo’n grote groep moet zeldzaam zijn.

De schrijver was het al eerder opgevallen in het zand van de woestijn maar de Hyundai Gallopers gedragen zich soms als wilde paarden. In de diepe mulle zandduinen danst de kont van de auto vervaarlijk heen en weer als een samba dansende vrouw en op het strand met de zacht glooiende zandgronden is het net of er een jong paardje langs de oceaan galoppeert, een prachtig gezicht.

Soms het water net aanrakend met 60 km/u dan weer door mul zand schommelend met 20 km/u was een fantastische belevenis voor het team. Het is al eerder opgeschreven maar de machtige oceaan aan de ene kant en de Sahara met al zijn ontberingen aan de andere kant geeft een zeer nietig gevoel voor een mens.

Na zo’n 60 kilometer over het strand te zijn gereden kwam er een eind aan de pret, het zandstrand veranderde in rotsen en wij moesten afbuigen naar de hoofdweg.

Vlak voor Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië, was een camping gelegen direct aan de Atlantische Oceaan waar wij de nacht zouden doorbrengen in wederom de auto’s en/of de tentjes.

Wat direct opviel was dat naast de gewapende militairen die met ons waren meegereisd en hun taken zeer goed hadden uitgevoerd (We waren niet overvallen, aangevallen of bestookt door vijandige partijen en zelfs de lokale bevolking werd op afstand gehouden voor zover dat mogelijk was) er ook redelijk zwaar bewapende politie bij de ingang van de camping stond.

Nadat de campeerspullen waren uitgepakt, de auto’s nagekeken op defecten of andere vreemde rateltjes, streken wij neer op het strand van de camping. Een volledig kale vlakte met een half kapot volleybal net en iets wat op een parasol zou moeten lijken. Het was mooi om te zien dat andere teams ook met hun auto’s in de weer waren en het leek of wij het best voorbereid waren …..

Nadat de meeste teams hun plek hadden ingevuld moest alleen nog worden overlegd wanneer en waar getankt moest worden en hoe laat wij de volgende ochtend naar de grens gaan rijden. Qua diesel was het voor sommige op het tandvlees bijten en wij hebben zelfs jerrycans diesel afgestaan aan anderen. Want na drie dagen Sahara waren dé auto’s zeer toe aan verse brandstof.

Om 1800 zouden wij in konvooi gaan tanken, een noviteit. Nu was er zelfs een lokale politie pick up bij met 3 mannen met kalasjnikov geweren !! De andere militairen cirkelden om ons heen zodat wij een mooie bezienswaardigheid waren voor de lokale bevolking …..

Na een kilometer of 10 te hebben gereden naderden wij Nouakchott stad waar wij de tanks van alle auto’s vol zouden gooien zodat wij Senegal gemakkelijk moesten halen. Tijdens het wachten bij het tankstation hoorden wij teksten en een soort van gezang uit de geluidsboxen komen van de moskee zoals wij al zo vaak hadden gehoord, echter nu zagen wij hordes mannen zich richting Moskee begeven, een intrigerend gezicht.

Nadat de meeste tanks waren gevuld draaide de auto’s om en vormden een lange rij om terug te keren. Blijkbaar was er iets gaande want plotseling rende 1 van de agenten naar voren en stond de man met een Kalashnikov op in zijn pick up truck voor het overzicht. Een van de gidsen spoedde zich ook naar voren waar zijn auto stond en vervolgens volgde het sein; Rijden. Plezierig is anders maar blijkbaar was er iets aan het ontwikkelen.

Gelukkig keerde iedereen gewoon terug op de camping en werden de spullen in gereedheid gemaakt om de nacht door te brengen, de laatste nacht in Mauritanië als het goed is.

Wij gaan nu een lange rit op zeer zeer slecht wegdek tegemoet en na 240 kilometer moeten wij de grens passeren van Mauritanië en Senegal.

Zij die gaan rijden groeten u.

Wakker worden op een door jezelf gecreëerde camping midden in de woestijn is een aparte ervaring. Vanochtend werd iedereen lekker verkreukeld wakker en een frisse douche zou een zeer gewaardeeerde luxe zijn. Helaas, er was niets. Geen douche, geen toilet maar onze eigen wc tent. Tent met een emmer er in en een leesboekje….

Om 0900 vertrokken wij naar ??? In ieder geval beloofde men veel zand en strand. Wij lieten de gids een kaart zien, maar het werd al snel duidelijk dat de beste man niet kon lezen, althans ons alfabet in ieder geval niet. Na het oplezen van een paar dorpjes aan de kust voor Nouakchott knikte hij driftig dus de zee zou in zicht komen.

De auto’s werden nog even gecheckt, maar na gistermiddag was er niets geks meer gebeurd. De gewapende militairen waren er ook gezellig weer bij en wij schoten de zandvlakte op richting het zuiden. Rotsvlaktes met diepe kuilen, diepe zandduinen, alle soorten wegdek kwamen wij weer tegen. De 4×4 hobbyisten konden hun hart ophalen. Vreemd gezicht iedere keer was een diepere zandvlakte waar boompjes stonden die net dik genoeg waren om schade te maken aan de auto’s. Door het mullere zand moest je echter vaart houden waardoor sommigen ternauwernood de boompjes misten wanneer je uit een zandspoor schoot. Een van de motorrijders die meerijdt in deze challenge ging heel hard onderuit en de achtervolgers miste hem maar net. Afstand houden was een must maar ook daarvoor mocht je niet te veel inhouden want dan liep je zelf weer vast. Gelukkig mankeerde de motorrijder niets. Het was een indrukwekkend gezicht om 19 auto’s te zien vechten tegen de natuur en te overwinnen natuurlijk.

De auto van Cees en Erik lanceerde bijna hun eigen roofrack tijdens het gezwalk in het zand maar met vereende krachten werd het roofrack terug in positie gezet.

Wederom een dikke 40 graden in de woestijn maar gelukkig nooit een volle zon. Of het nu zand is of zeemist is nog niet helemaal duidelijk maar voor ons net genoeg om niet te smelten. Bovendien heeft er tot nu toe altijd een stevige wind gestaan waardoor het iets frisser aanvoelde. Die wind zakt dan ‘ avonds weg en komt in de nacht weer opzetten.

Op een gegeven moment werd het zand raar bruin en toen wij naar rechts keken zagen wij in de mistige verte iets wat leek op de zee. Het bleek dat wij op het strand reden van een paar honderd meter breed, dus eindelijk was daar weer de grote Atlantische Oceaan.

Plotseling maakte een aantal auto’s een scherpe draai en draaide een asfalt weg op !! Dat hadden wij al even niet gevoeld en stond ook nergens aangegeven, een welkome verrassing aan het einde van de dag.

De gidsen hadden een camping geregeld bij een klein vissersdorp wat eerder leek op een vuilnisbelt. Na druk overleg, wij wilden namelijk gewoon weer in de middle of nowhere ergens op het strand gaan bivakkeren net als wij in in de woestijn hadden gedaan, bleek dat een andere camping was gesloten en dat het stand als natuurreservaat werd gezien. Aldus moesten wij op een armetierig terrein parkeren om ons klaar te maken voor de nacht.

De gewapende militairen en gidsen hielden de lokale mensen keurig op afstand omdat die mensen gewoonweg niets hebben en alle deelnemers zien als redders in nood met vele spullen voor hun gebruik. Echter, 200 meter van onze ‘ camping ‘ lag de Atlantische Oceaan ons gewoon uit te lachen. Dat pikten wij Hollanders niet en wij spoedden ons naar het water. Met grote verbaasde ogen werden wij gevolgd door 2 militairen want die gekke mensen gaan toch niet in de winter het water in, als zij überhaupt al de zee in gaan?? Kleren uit en de oceaan in, na 2 dagen in de woestijn, een heerlijke verfrissing… Hilariteit bij ons maar bij de lokale bevolking die hier echt niets van begrepen.

Vanavond zullen nog een aantal achterblijvers aankomen en morgen gaat de groep via het strand naar Nouakchott, de andere grote stad in Mauritanië.

Zij die gaan rijden groeten u.

Zand en hitte

Zand en hitte

Voordat wij het zand in gingen moest er proviand worden ingeslagen en de gids dirigeerde ons naar de buitenwijken van Nouadhibou. 19 dikke auto’s met volle bepakking trokken de aandacht van de bevolking. Heel duidelijk was dat wij te maken hadden met een zeer arm deel an de wereld.

Huizen kon je het niet noemen, en eigenlijk zelf hutjes is niet de goede benaming. Bij elkaar geraapt ijzer ( container onderdelen ?) moest al onderkomen dienen voor zomaar honderden mensen, zo niet duizenden. Inderdaad zagen wij Evergreen, Maersk en NYK containers In het land die inmiddels werden gebruikt als huis.

Met 4 auto’s konden wij redelijk snelheid houden maar met 19 werd dat een ander verhaal. Op het asfalt werd verschillende malen gestopt om de groep weer bij elkaar te krijgen. Voorop rijden militairen gewapend en al en achterop houdt een andere pick up ons goed in de gaten. Die jongens zijn overigens zeer vriendelijk en behulpzaam dus we hebben het gevoel dat er voor ons zijn.

Na een kilometer of 100 doken wij dan de weg naar het grote niets. Zand voor, achter, naast en onder ons. De gidsen die meereizen kunnen echter precies aangeven waar het zand mul is en waar het wat harder is zodat de snelheid gehouden kan worden. Ook daar is het met 19 auto’s wat lastiger want als er er ergens 2 of 3 remmen betekent dat de achterste stilvallen en dat betekent onherroepelijk vast in het zand. Iedereen helpt elkaar waardoor de auto’s gewoon door kunnen.

Rond een uur of 1 passeerden wij een prachtige zandduin waar even werd gestopt om de groep bij elkaar te krijgen, maar er werd tevens besloten te gaan lunchen. Overal kwamen tafeltjes, stoeltjes, keteltjes en fornuisjes tevoorschijn wat blijk gaf dat de meesten goede campeerders zijn. De temperatuur was sinds de ochtend aan zee van 18 graden inmiddels opgelopen tot 47 graden !!!

Die zandduin werkte als een magneet op een aantal rijders want daar moet je natuurlijk op kunnen rijden. Zo ook wij en dat lukte aardig maar natuurlijk reden mensen zich ook weer gewoon vast kn het soms zeer mulle zand. De beste stuurlui staan op een zandduin en zo werden er per keer ongeveer 4 verschillende oplossingen aangedragen. Meegaand als wij zijn volgende wij natuurlijk geen enkel advies op en kwamen wij gewoon los.

Na de lunch vervolgden wij onze Sahara trip richting het zuiden. Wij merkten wel dat auto 3 wat moeite had tempo te houden in zwaarder zand. Een versnelling hoger, een versnelling lager, het tempo zakte steeds verder weg en de anderen raakten uit zicht. Gelukkig waren onze gewapende mannen in de buurt. Rene ontdekte dat de temperatuur ook begon op te lopen en door te spelen met gas probeerden wij door te sukkelen. Uiteindelijk moesten we toch stoppen om te zien wat er loos was. Bij opening van de motorkap stond de motor vervaarlijk te sissen en hoewel het al even geleden was , bleek de motor te zijn warm gelopen.

Er zat niets anders op dan te wachten tot de motor een beetje was afgekoeld. Een eenzaam gevoel heerste over René en Nils want naast 5 gewapende militairen was er niets. Na 10 minuten zagen wij echter een klein stofwolkje aan de horizon dat bleek naar ons toe te bewegen. Wiebe en Jan kwamen terug om poolshoogte nemen. Jan keek onder de motorkap en zonder blikken of blozen begon hij de radiatorknop open te draaien. Weinig water kwam er uit wat direct de oorzaak bleek te zijn, we waren te veel water kwijtgeraakt. De jerrycans werden van het dak afgehaald en gezámenlijk vulden wij het systeem.

Nadat alles weer op orde leek te zijn werd de motor gestart en zetten wij koers naar de anderen. Angstig op de meter kijkend of de temperatuur niet gelijk weer op hol zou slaan, sloten wij aan bij de anderen. 20 minuten later stopte de karavaan plotsklaps in het midden van de woestijn en hier gingen we slapen. Geen stromend wäter geen licht geen restaurant of hotelbars ( alchohol streng verboden overigens). De overnachtingsspullen werden uit de auto,s gehaald entertjes werden opgezet waar anderen de auto inrichten als 2 persoonsbed.

Wat betreft eten hoefden wij ons geen zorgen te maken want Cees heeft allang bewezen nadat je in zijn buurt nooit van de honger zal sterven. De duisternis viel langzaam over de woestijn en waar velen dachten dat de temperatuur snel zou dalen in de woestijn kwam bedrogen uit. Duizenden sterren aan de hemel zorgden voor rust en overpeinzingen o er het leven in het algemeen.

Geheel tevreden over de vele kilometers die dit team al heeft gemaakt en de ervaringen die wij meenemen in ons verdere leven, sliep iedereen in in deze machtige woestijn.

Zij die gaan rijden groeten u.

Patience is a Virtue

De dag is aangebroken dat wij het schitterende land Marokko gingen verlaten en koers zetten naar Mauritanië. Het land dat menigmaal door de organisatie is beschreven als risicovol en op eigen risico betreden moet worden.

In de vroege ochtend vertrokken wij met 19 !! auto’s in konvooi van Dakhla naar de grens overgang hetgeen op zich een vrij indrukwekkend gezicht was. Later zou blijken hoe nietig je blijkt te zijn ten opzichte van een autoriteit ….

Met 19 oude auto’s in lijn rijden is zeker geen sinecure en regelmatig werden de remlichten op de proef gesteld. Of de groep werd even aan de kant gezet zodat de achterblijvers weer aan konden sluiten. Onze hoofdgids de komende dagen is Sibi en als een Apache indiaan hield hij de groep scherp in de gaten, wat aan de ene kant een geruststellende gedachte is maar aan de andere kant wat kunnen wij dan nog verwachten wanneer wij dieper in het land zijn.

Na 2.5 uur rijden ongeveer waren wij 100 kilometer voor de grens en er werd geadviseerd water en eten bij te staan voor de wachtrij bij de grens. Op het gehele traject hadden wij bijna geen auto’s gezien dus wat zouden wij ons dan voor moeten stellen bij de grens? De grensovergang van Spanje naar Marokko op het Afrikaanse continent was bepaald geen prettige ervaring geweest en moesten wij nu hetzelfde gaan meemaken of nog erger omdat niemand in Mauritanië zou willen blijven ?

Mauritanië is ten slotte een van de armste landen in de regio en vanwege de waarschuwingen over de grensovergang konden de ergste scenario’s worden bedacht.

Auto’s werden volgetankt, jerrycans gevuld met extra brandstof, liters water en brood ingeslagen zodat wij makkelijk weken in niemandsland konden blijven.

Ik zeg grensovergang maar het zijn er natuurlijk 2, Marokko uit en Mauritanië in. De eerste was tamelijk essentieel omdat de auto’s waren aangemerkt in ons paspoort en op zeker moest een stempel worden gehaald om te laten zien dat de auto’s Marokko hadden verlaten om een eventuele boete van een paar duizend euro !! te voorkomen.

Voor de beeldvorming, naast onze 19 auto’s stonden een aantal vrachtwagens geparkeerd en nog minder personenauto’s die de grens wilden passeren richting Mauritanië.

Nadat de Marokkanen de nodige stempels hadden gezet, mede door enige druk aan de zijde van de gids Sibi, belanden wij in niemandsland. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. Ongeveer 200 meter asfalt wat ons hoop gaf dat het allemaal best mee zou vallen, maar vervolgens belanden wij in een soort van film scène van een kapot geschoten stad. Overal om ons heen autowrakken, kleine vuurtjes, puinzooi op en naast de ‘ weg ‘ en een zeer zeer slecht wegdek waar wij stapvoets over heen moesten laveren om bij de grenspost van Mauritanië terecht te komen.

Mannen in politie en/of legeruniform met donkere zonnebrillen stonden ons strak aan te kijken en op het eerste gezicht zou een terechte vraag zijn wat wij in godsnaam wilden gaan doen in dit land.

Bij de grenspost werden wij verzocht de auto’s te parkeren en de auto’s werden door de gids in groepen verdeeld van maximaal 5 auto’s. Het kwam zo uit dat wij met onze 4 auto’s een groep konden vormen met een toegewezen gids die met ons gaat meerijden in een van de auto’s. Wij werden uiteindelijk groep 5 en toen begon het lange wachten, en wachten, en wachten.

Zeker een uur duurde het voordat groep 1 bijeen werd geroepen om de hoofdgids te volgen met paspoort in de hand naar een klein gebouwtje op het grensterrein. Voor de reis was ons gevraagd de Visa documenten voor te bereiden wat de grensovergang zou moeten bespoedigen. Daar zagen wij niets van terug in ieder geval terwijl ook nog was voorgerekend dat per auto ongeveer 230 euro moest worden betaald om in Mauritanië te kunnen komen en mogen verblijven, een aardig verdienmodel zou je kunnen zeggen.

Natuurlijk kon Cees het niet laten zijn kookkunsten te vertonen en maakte tijdens het wachten heerlijke omeletten met champignons voor ons klaar wat menig jaloerse blik opleverde maar dat kon ons niets schelen. Helaas versnelde ook daardoor het proces niet.

Ruim. 2 uur later was groep 3 aan de buurt en ook de gids begon iets onrustiger te worden want het was inmiddels 3 uur geweest. Gelaten wachten wij op onze beurt en doodden de tijd met kletsen tegen onze mede challlengers die allemaal verschillende etappes bleken gereden te hebben.

Plotseling was het zover. Sibi maande ons hem te volgen maar het spannende kleine gebouw en bij binnenkomst zaten er 2 mannen achter 2 oude computers, een scanner, een camera, en vingerafdruk scanner in vaal licht. 8 mannen kwamen intimiderend over zou je kunnen denken maar nietswaardig minder waar. Het proces was als volgt: Zitten voor man 1 waar ook de webcam stond opgesteld, vingerafdrukken van alle vingers paspoort scannen, pasfoto maken en door naar buiten …. ondertussen kwamen allemaal andere figuren binnendruppelen met naar het zich liet aanzien Mauritaanse paspoorten met briefgeld die dan vervolgens tussendoor werden gescand en en daarna verlieten deze mensen de ruimte weer. Eigen volk eerst was duidelijk het motto.

Sibi kon blijkbaar niet veel anders doen dan vragen aan de 2 heren of ze de challengers nu vooral wilde invoeren zodat wij door konden. Rond half vier was dit waanzinnig inefficiënte proces afgerond maar nog steeds. Waren wij niet vrij om Mauritanië in te rijden. Met alle deelnemers reden wij 100 meter verder waar de auto’s weer neergezet moesten worden.

Met de geregelde visa in onze paspoorten moesten nu de genomen vingerafdrukken geverifieerd worden door de politie en dan was alles goedgekeurd. De politieagenten, althans sommige, waren niet te beroerd om gewoon handige spullen van de deelnemers te vragen zoals zaklampen etc. Met een delfsblauw blik met stroopwafels vonden wij het wel mooi geweest.

Ruim 4.5 uur na aankomst waren wij ingeklaard en mochten wij het land in. Blijkbaar was dit nog niet eens zo gek want mensen die dit eerder hadden gedaan kende. Verhalen van 6-11 uur wachttijd. Wij vroegen ons alleen af als het een keer echt druk zou zijn ….

Vol goede moed gingen wij verder en gelukkig lag er wel een asfaltweg in Mauritanië zodat wij met redelijke snelheid onze weg konden vervolgen. Het vermoeden was dat wij richting Nouadhibou zouden rijden en daar een camping zouden opzoeken voor de nodige nachtrust. Rond 1730 arriveerden wij op een prachtige plek aan de baai van Nouadhibou.

Een dag met horten en storten en met name heel veel wachten wat wij sinds deaankomst in Marokko niet meer hadden meegemaakt.

De komende 2 dagen rijden wij off road richting het zuiden naar Nouakchott via het National Parc Banc d’Arguin. De bedden in de auto zijn al getest door een aantal teamleden en waarschijnlijk de komende dagen door een aantal anderen want er zullen weinig slaapplaatsen te vinden zijn in de woestijn.

Zij die gaan rijden groeten u.